Interview Joris Luyendijk (2)

De bankensector is het katholicisme zonder hel
interview met Joris Luyendijk, journalist The Guardian

In de documentaire Het brein van de bankier vraag je je af ‘of de financiële sector echt een waardevol bezit is’. Toch vraag ik je: hoe ziet een duurzame bancaire sector er volgens jou uit?
‘Er is van twee kanten verandering noodzakelijk. Van binnen zul je de architectuur van de sector moeten herzien: het financiële kartel moet worden aangepakt. We moeten toe naar een bankensector die sterk gesimplificeerd is, al kost dat zeker winst. Je moet alles verbieden wat nog steeds onbegrijpelijk is voor mensen met een paar jaar economie studie. Het ondoorzichtige moet ervan af. Buitenstaanders moeten de sector kunnen snappen.
De bankensector zou zo sterk gefragmenteerd moeten zijn dat geen enkele partij de markt kan bepalen of een kartel kan opzetten. Het geld dat zakenbanken nu verdienen dankzij hun kartels wordt onder meer gebruikt voor campagnedonaties, misleidende PR, strategische sponsoring en het afkopen van tegengeluiden, dus een verandering hierin zie ik niet makkelijk op gang komen.
Verder denk ik dat men meer zou moeten sturen op het eigenbelang, omdat dat het enige is waar veel zakenbankiers naar lijken te kijken. Zakenbanken hebben daarvoor de verantwoordelijkheid niet genomen, omdat ze toch niet opdraaien voor de consequenties (rechtsvervolging en werkloosheid). Zoals het nu geregeld is draait de belastingbetaler op voor de onverantwoordelijkheid van banken, dus er is geen urgentie om het anders te gaan doen.

En ten slotte zou het goed zijn als het verschil tussen het zelfbeeld en dat wat de wereld van banken vindt zou kunnen worden overbrugd.

Maar met interne veranderingen zijn we er nog niet, impliceerde je.
Nee, ik denk dat er ook buiten de sector iets moet veranderen. De recente geschiedenis heeft laten zien dat je niet kunt vertrouwen op het zelfreinigende vermogen van banken. Het punt is: geloven we dat mondiaal toezicht mogelijk en wenselijk is? De financiële sector strekt zich uit over de hele wereld, terwijl de tegenkrachten op nationaal niveau werken. Zal eventueel mondiaal toezicht worden ingekapseld, dan heb je een politiek mondiale plaag. En waar haal je het verzet dan vandaan? Er is dan geen tegenmacht meer.
Het is verleidelijk om van buitenaf allerlei regels te gaan stellen voor de sector, maar volgens mij zijn regels niet de oplossing. Er zijn veel regels op alle niveaus (nationaal, Europees, mondiaal) en die maken het ook weer moeilijk voor nieuwe banken om te manoeuvreren en om in te breken in de markt. Die regels die we nodig hebben, hebben we niet en de regels die we niet nodig hebben, hebben we wel. Wat we nodig zouden hebben zijn afspraken.
– Zo zou elke bank failliet moeten kunnen gaan. Nu is het zo geregeld dat regels juist voorkomen dat een bank failliet kan gaan en schade kan aanrichten. Maar ook een bank hoort de prijs te betalen als die faalt, niet iemand anders, dat hoort bij het spel van kapitalisme. Banken nationaliseren, betekent oneerlijke concurrentie en niet failliet kunnen gaan. De huidige bankensector is het katholicisme zonder hel.
– De voor de crisis verantwoordelijke mensen moeten bestraft kunnen worden. Dan hadden er na 2008 veel mensen de cel in gemoeten, maar het feit dat dit niet is gebeurd betekent dat er iets mis is met de regels voor de sector.
– Er zou paal en perk gesteld moeten worden aan de kredietbeoordelaars, er moet iets anders voor in de plaats komen. Kredietbeoordelaars zijn namelijk niet veranderd.
Accountants maar ook advocatenkantoren die handelingen van banken juridisch afdekken moeten op de schop omdat ze dit gefaciliteerd hebben.
De wetenschap zou over de bovenstaande zaken meer zijn licht over moeten laten schijnen en belangenconflicten moeten uitbannen. Uiteindelijk moet er veel veranderen op alle niveaus: de politiek, de sector zelf en op operationeel niveau. Je kunt de verandering niet vastpinnen op een niveau, want iedereen heeft zijn bijdrage geleverd aan de crisis. De pensioenfondsen, de journalisten, de economen, de Centrale bankiers, de politici en de mensen die de leningen wilden. Het is te gemakkelijk om alleen de bankiers overal de schuld van te geven. Je moet het op meerdere niveaus aanpakken, juist ook omdat iedereen rijk werd van de vragen die niet gesteld werden.’

Hoe lang gaat deze crisis nog duren?
‘Heel lang! De oorzaken zijn niet aangepakt. Hier komt weer een nieuwe crisis van en er gaat nog heel wat ontploffen. God (de bank?) mag weten wat er nu nog ondergronds speelt. Ik zie nog niet hoe je uit kunt komen op een duurzame financiële sector. Er is nog geen financiële lente.’

In het vliegtuig terug vraag ik me af waarom deze kleine groep zakenbankiers in staat is om de beeldvorming voor de rest van de bancaire sector zo negatief te bepalen. Wat zegt het over de andere ‘onschuldige’ bankiers? Waarom laten ze andere bankiers een mooi en interessant vak zo te grabbel gooien?

Geen reactie's

Sorry, het is niet mogelijk om te reageren.